|
De Belgische School voor Psychoanalyse- l’Ecole Belge de Psychanalyse werd gesticht in 1965.
Ze heeft als doel de psychoanalyse als theorie en methode te ontwikkelen en door te geven. Ze beoogt de vorming van psychoanalytici evenals het bestuderen zelf van dit doorgeven van de psychoanalyse. Ze bevordert het blijvend bevragen van de psychoanalytische praktijk en theorie.
Sedert januari 1994, maakt de School deel uit van het Europees Inter-Associatief voor Psychoanalyse, een geheel van psychoanalytische verenigingen uit Frankrijk, België, Spanje, Denemarken, Luxemburg, voortkomend uit de de Lacaniaanse beweging. |
|
Nieuws - Conferenties : 3.03.2012 Philippe Van Haute &Tomas Geyskens |
|
|
|
Philippe Van Haute & Tomas Geyskens over het boek
De kunst van het onmogelijk genot
De verschillende psychopathologische syndromen tonen op een uitvergrote en karikaturale wijze de grondstructuren van het menselijke bestaan. Deze grondstructuren karakteriseren niet alleen de pathologie, maar ze bepalen ook de hoogste vormen van de cultuur. Dit is het credo van de freudiaanse antropologie. Deze antropologie impliceert dat de mens een ‘tussen-wezen’ is. Het menselijke bestaan ligt wezenlijk uitgestrekt tussen pathologie en cultuur, zonder dat er een ‘normale’ positie is die op een theoretisch overtuigende wijze kan bepaald worden. We noemen de freudiaanse antropologie een pathoanalyse van het bestaan of een klinische antropologie. Deze antropologie geeft een nieuwe betekenis aan het Nietzscheaanse dictum dat de mens een ‘ziek dier’ is. Freud, en later Lacan, hebben deze inzichten eerst ontwikkeld in relatie tot de hysterie (in relatie tot de literatuur).
Dit pathoanalytisch perspectief verdwijnt progressief uit Freud’s teksten van na 1905. In dit boek tonen we de cruciale momenten uit deze ontwikkeling. Op deze manier wordt het niet alleen progressief duidelijk dat Freud het oedipuscomplex veel later introduceerde dan veelal wordt aangenomen, maar ook – en belangrijker – dat de theorie van het oedipuscomplex onverzoenbaar is met het project van een klinische antropologie.
Dit boek onderzoekt niet alleen de wijsgerige betekenis van deze stelling in het werk van Freud. Het onderzoekt evenzeer de lotgevallen ervan in het oeuvre van Lacan. Het toont hoe dit project van een pathoanalyse van het bestaan ons verplicht om een niet-oedipale psychoanalytische antropologie te formuleren.
Discutanten : Gilles Ribault (Parijs) en Patrick Vandermeersch
Talen: Engels en Frans
Van 10u tot 12u te Leuven, Kardinaal mercier Plein, 2, gratis ingang. |
|