Evenement
- Titel:
- Van Haute & Geyskens
- Wanneer:
- 03.03.2012 10.00 h - 12.00 h
- Waar:
- Leuven
- Categorie:
- Conferenties 2011 - 2012
Omschrijving
Zaterdagvoormiddagdiscussie: Philippe Van Haute & Tomas Geyskens over hun boek De kunst van het onmogelijk genot, Uitg. De Ijzer, 2010
De verschillende psychopathologische syndromen tonen op een uitvergrote en karikaturale wijze de grondstructuren van het menselijke bestaan. Deze grondstructuren karakteriseren niet alleen de pathologie, maar ze bepalen ook de hoogste vormen van de cultuur. Dit is het credo van de freudiaanse antropologie. Deze antropologie impliceert dat de mens een ‘tussen-wezen’ is. Het menselijke bestaan ligt wezenlijk uitgestrekt tussen pathologie en cultuur, zonder dat er een ‘normale’ positie is die op een theoretisch overtuigende wijze kan bepaald worden. We noemen de freudiaanse antropologie een pathoanalyse van het bestaan of een klinische antropologie. Deze antropologie geeft een nieuwe betekenis aan het Nietzscheaanse dictum dat de mens een ‘ziek dier’ is. Freud, en later Lacan, hebben deze inzichten eerst ontwikkeld in relatie tot de hysterie (in relatie tot de literatuur).
Dit pathoanalytisch perspectief verdwijnt progressief uit Freud’s teksten van na 1905. In dit boek tonen we de cruciale momenten uit deze ontwikkeling. Op deze manier wordt het niet alleen progressief duidelijk dat Freud het oedipuscomplex veel later introduceerde dan veelal wordt aangenomen, maar ook – en belangrijker – dat de theorie van het oedipuscomplex onverzoenbaar is met het project van een klinische antropologie.
Dit boek onderzoekt niet alleen de wijsgerige betekenis van deze stelling in het werk van Freud. Het onderzoekt evenzeer de lotgevallen ervan in het oeuvre van Lacan. Het toont hoe dit project van een pathoanalyse van het bestaan ons verplicht om een niet-oedipale psychoanalytische antropologie te formuleren.
Discutanten : Gilles Ribault (Parijs) en Patrick Vandermeersch
Talen: Engels en Frans
«Une psychanalyse non oedipienne? Anthropologie clinique de l’hystérie dans l’œuvre de Freud et Lacan»
Les différents syndromes psychopathologiques montrent d’une manière exagérée et caricaturale les structures fondamentales de l’existence humaine. Ces structures ne caractérisent pas seulement la pathologie, elles déterminent tout autant les formes les plus élevées de la culture. C’est le credo de l’anthropologie freudienne. Cette anthropologie implique que l’homme est un être de “l’entre-deux”. L’existence humaine se déroule dans une tension irréductible entre la pathologie d’une part, la culture de l’autre, sans qu’il y ait une position “normale” qui puisse être définie de façon convaincante. Nous appelons l’anthropologie freudienne une pathoanalyse de l’existence ou une anthropologie clinique. Cette anthropologie donne une signification nouvelle au dictum Nietzschéen que ”l’homme est un animal malade”.
La perspective pathoanalytique disparaît progressivement de la pensée freudienne à partir des textes de 1905. Nous montrons dans notre livre les moments cruciaux de ce développement. De cette manière il devient clair non seulement que Freud introduit le complexe d’Oedipe beaucoup plus tard qu’on ne le dit d’habitude, mais aussi que la théorie de l’Oedipe est inconciliable avec le projet d’une anthropologie clinique.
Ce livre n’examine pas seulement la signification de cette thèse dans la pensée freudienne. Il examine tout autant les avatars de cette idée dans l’œuvre de Lacan. Il montre comment le projet d’une pathoanalyse nous oblige à formuler une anthropologie psychanalytique non œdipienne.
Discutants : Gilles Ribault (Paris) et Patrick Vandermeersch
Langues : français et anglais
Locatie
- Venue:
- Salons van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte
- Straat:
- Kardinaal Mercierplein, 2
- Postcode:
- 3000
- Stad:
- Leuven
- Land:
-
Omschrijving
EventList powered by schlu.net
Activiteiten 
